guava

De guave (Psidium guajava) is een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae).

Het is een diepvertakte, groenblijvende struik of tot 10 m hoge boom met uitgespreide takken, een tot 25 cm brede stam en een roodbruine, schilferige schors. De vrucht is een afgeronde, ovale, appel- of peervormige, 4-12 cm lange en tot 450 g zware bes. Aan het einde van de vrucht blijft de krans van kelkbladeren behouden. De dunne schil is groen tot geelgroen, vaak roze gevlekt, mat glanzend en wasachtig. De vrucht is rijk aan vitamine C, β-caroteen en pectine. Het vruchtvlees is volrijp zacht, sappig, door kleine steencellen korrelig, wittig, gelig, geelgroen of roze van kleur en in het midden vaak rood getint. De smaak is aangenaam zoetzuur aromatisch, op aardbei of peer gelijkend. De vruchten kunnen zaadloos zijn of afhankelijk van het ras 100-550, tot 3 mm grote, harde zaden bevatten.

De guave stamt vermoedelijk uit Midden-Amerika en wordt wereldwijd in de (sub)tropen gekweekt. De vruchten kunnen uit de hand worden gegeten, tot marmelade, jam, compote worden verwerkt en voor de productie van frisdranken, vruchtensappen, vruchtenwijn en likeur worden gebruikt.