Kreukels

Kreukels

Een kreukel , beter gekend als caracole of alikruik , is een zeeslak met een donkerbruin huisje en een doorzichtig geelbruin dekseltje. Ze worden voornamelijk gevangen in Zeeland en zijn gedurende het hele jaar leverbaar. De beste periode om kreukels te eten is echter van juli tot en met februari. Kreukels worden niet verwerkt in bereide gerechten maar worden voornamelijk gekookt en gegeten als borrelhapje. Je kan de kreukel uit zijn schelp verwijderen met een kromme speld. Het komt erop aan het dekseltje kundig te verwijderen en in één beweging het diertje uit zijn schelp te vissen. Kreukels worden opgediend met een sneetje brood met boter of een stukje krentenbrood. Op die manier heb je een mooi combinatie tussen de zilte smaak van de kreukel en het zoete van het krentenbrood. Het kooknat van de kreukels mag opgedronken worden, maar is vaak te pittig en prikt op de tong. Kreukels kan je gemakkelijk 2 à 3 dagen bewaren maar zorg ervoor dat ze onder water staan in een pan. Bewaar ze bij voorkeur op een koele temperatuur. Kreukels zijn perfect te combineren met een lekkere geuze of een oude lambiek.