Oost-Indische kers

Eigenschappen

  • Categorie: 
    Kruiden
  • Seizoen: 
    Lente

Oost-Indische kers is een sierplant met eetbare bladeren, bloemen en bloemknoppen. De ronde, scherp smakende bladeren hebben een doorsnede van 3 tot 5 cm. De zachte, trechtervormige bloemen zijn oranjegeel tot oranjerood. Het laatste deel van zijn naam heeft dit kruid te danken aan de smaak en de geur van de bladeren die veel weg hebben van waterkers en sterrenkers. Het eerste deel van de naam zou doen vermoeden dat deze mooi groeiende en bloeiende plant uit Oost-lndië komt, maar niets blijkt minder waar. Conquistadores brachten de Oost-Indische kers in de loop van de 17de eeuw mee van Peru naar Europa.

Oost-Indische kers heeft de reputatie een uitstekend antibioticum te zijn. De zaden, bladeren en bloemen kunnen je van dienst zijn bij infecties van de urine- en luchtwegen. Zowel infectieziekten als slijmvliesontstekingen worden aangepakt. Het voordeel van dit natuurlijk middel is dat het je maag en darmen geen last berokkent. Bovendien kan je lichaam niet immuun worden tegen de actieve stoffen. Je krijgt tevens meer weerstand waardoor je minder vatbaar wordt voor ziektes.

Ieder deel van de plant is eetbaar, zowel met de zaadjes, de bladeren als de bloemen kan je aan de slag in de keuken. Het meest dankbaar zijn de bloemen die voor kleur kunnen zorgen in groene slaatjes. Spoel de bloemen wel altijd eerst voorzichtig voor je ze gebruikt. De jonge blaadjes van de Oost-Indische kers, die zoals gezegd iets van waterkers hebben, zorgen voor een pittige smaak in salades. Van de bladeren kan je ook, in combinatie met aardappelen, een heerlijk soepje brouwen.

De zaden kan je in een potje doen, samen met dillezaden en enkele peperbolletjes. Deze zaden kan je gebruiken als vervangers van kappertjes. Ze smaken een beetje peperachtig en brengen zoutloze gerechten toch lekker op smaak.

Oostindische kers doet het ook voortreffelijk in tartaarsaus en overal waar ook mierikswortel goed smaakt.