ramboetan

De vrucht groeit in trossen. De stekelige rode schil omvat de eetbare glazig witte, soms iets roodachtige sappige zaadmantel, die aangenaam zoetzuur aromatisch van smaak is. Vast aan deze zaadmantel groeit een ovaal bruin zaad. De ramboetan is een van de meest geliefde vruchten van Zuidoost-Azië.

De soort komt van nature voor in de laaggelegen regenwouden van Maleisië. Hij wordt gekweekt in Zuidoost-Azië, India, Sri Lanka, Filippijnen, Australië, Oost-Afrika en in Midden- en Zuid-Amerika.

Het witte vruchtvlees van de 3 cm grote ramboetan heeft een frisse zoetzure smaak. Hij wordt ook wel eens harige luchee genoemd, omdat niet allen de smaak maar ook het vruchtvlees er zo op lijken. De vrucht heeft zachte harige stekels die bij erg verse exemplaren rood of geel zijn. Het sappige vruchtvlees is glazig, wit van kleur en bevat een witte pit. Het vruchtvlees van de ramboetan is iets steviger dan dat van de lychee en de smaak is iets minder zoet. Ze het hele jaar door vers verkrijgbaar.

Ze worden (bijna) rijp geplukt. Let er op dat de schil hard en onbeschadigd is. Zachte vruchten zijn op z'n minst overrijp, maar meestal rot.

Net zoals lychee, pel je de ramboetan door met een scherp mesje een begin te maken en dan de harde schil te barsten. De pitten zijn niet eetbaar.