karamel

Karamel is suiker die wordt verhit en daardoor bruin wordt en een aangename smaak verkrijgt. Als dit proces, dat karamelisatie wordt genoemd, voldoende lang wordt doorgezet, smaakt het nauwelijks meer zoet. Na verloop van tijd wordt de karamel zelfs bitter.

Karamel wordt gebruikt als smaakmaker in snoep en dranken. Karamel wordt gemaakt door de suiker in een pan met dikke bodem langzaam te verhitten tot 170 °C. Als de suiker smelt en deze temperatuur benadert, breken de moleculen in verschillende componenten uiteen. Er ontstaat een bruine kleur, de Karamel gaat iets bruisen en het gaat ook anders ruiken.

De basisstof suiker heeft geen geur. Op het juiste moment moet de Karamel uit de pan gegoten worden op een koud, ingevet oppervlak. De karamel wordt dan snel helemaal hard. Als te lang wordt doorgegaan met verhitten verkoolt de karamel volledig.

Recepten