patisson

Eigenschappen

Een patisson is een pompoenachtige vrucht. Patissons zijn ongeveer 15 tot 20 cm groot, wit, geel of groen van kleur, rond van vorm met een gekarteld randje. Pattison wordt ook wel keizers- of bisschopsmuts genoemd.

Patissons kan je bereiden zoals pompoenen. Zowel de grotere als de mini-patissons kan je uitlepelen en vullen met soep of bijvoorbeeld gehakt. In dat geval snij je gewoon van de bovenkant een breed, plat deksel af. Van de onderkant kan je een dun plakje snijden, zodat hij makkelijker recht blijft staan. De mini-patisson kan ook dienen als als garnituur of aperitiefhapje, bijvoorbeeld gevuld met ratatouille. Je kunt mini-patissons gebruiken in slaatjes, met pasta, in een wintergroentestoofpot of fijnsnijden en zo in de pan bakken. Wanneer je hele patissons wil garen, kan je ze stomen of in de oven plaatsen, gewikkeld in aluminiumfolie, en met een weinig olijfolie.

De schil moet je met je nagel makkelijk kunnen doorboren, maar haal ze er zeker niet af, want dan verlies je de mooie vorm. Als de vrucht in een vroeg stadium geoogst wordt, heeft ze stevig vlees en een fijne smaak. Op het einde van de zomer is ze op haar best. De patisson is voor 90% water, maar bevat daarnaast ook ijzer, magnesium, koper, vit. A, B, C, en veel vezels. Ook de bloemen van de patisson zijn eetbaar.

Recepten