mispels

Eigenschappen

Mispels: is een plant uit de rozenfamilie. De vrucht is veel minder algemeen dan vroeger, maar wint momenteel weer iets aan populariteit. De mispel zit vol vitamine C, is familie van de appel en peer en was een zeer belangrijke vrucht tijdens het Romeinse Keizerrijk en Middeleeuwen nog voor de introductie van andere fruitsoorten in West-Europa. De mispel is goed voor de maag en de spijsvertering. De mispel vormt een kleine boom die ongeveer 4,5 m hoog kan worden. De mispel bloeit in West-Eruopa in mei en juni met circa 4 cm grote, crèmewitte bloemen. De mispel wordt vaak geënt op meidoorn als onderstam.

Er worden droge kleine harde goudbruine vruchten gevormd, die in oktober rijp, maar dan nog ongenietbaar, melig en wrang, zijn. Na de eerste nachtvorsten worden ze zacht en bruin, en dan kunnen ze na een poosje wel gegeten worden. Aanbevolen wordt ze in oktober of november na een nachtvorst te plukken en ze met de bovenkant naar onderen twee tot drie weken te bewaren op een koele plaats. De vrucht wordt 'beurs' waarbij de kleur via een fermentatieproces, het bletten, verandert van groen/wit naar donker bruin en de smaak zoet weeïg proeft.

Ook is het mogelijk de vruchten enkele dagen in de diepvriezer te leggen, waarna ze gegeten kunnen worden. Als de mispel zacht is, is hij maar een paar dagen te bewaren, hij kan dan gemakkelijk gaan schimmelen en echt gaan rotten.

Recepten