rivierkreeft

De rivierkreeften die wij eten komen meestal uit Turkije. De Europese rivierkreeft (Astacus astacus) is in de Belgische en Nederlandse rivieren en beken bijna uitgestorven sinds de 19de eeuw. De belangrijkste redenen zijn overbevissing en de introductie van exotische kreeftensoorten, die allerlei ziektes, waaronder de gevreesde kreeftenpest, verspreidden. De Europese rivierkreeft heeft opvallende brede scharen, die onderaan rood zijn (vandaar de Franse benaming 'écrevisse à pattes rouges'). Het vlees is van hoge kwaliteit en is daarom door koks zeer gegeerd. In de natuur treft men ze aan in beken en meren met zuurstofrijk water. Er lopen programma's om de natuurlijke populatie te herstellen.

De Turkse rivierkreeft (Astacus leptodactylus) komt oorspronkelijk, zoals de naam al aangeeft, uit Turkije. Hij werd bij ons in de jaren zestig in het wild uitgezet, maar is ondertussen eveneens bedreigd door de kreeftenpest. Hij lijkt op zijn Europese soortgenoot, maar de scharen zijn langer en de vingers slanker. Turkse rivierkreeften kunnen tot twintig centimeter groot worden. Ze wegen dan enkele honderden grammen. Alleen de staart is eetbaar. 

Recepten