zeewolf

Eigenschappen

De wetenschappelijke benaming Anarhichas betekent ‘klimmer’ en dat slaat op het idee dat men in het Oostzeegebied heeft, namelijk dat de zeewolf tegen de rotsen opklimt.

De vissen worden in het voorjaar gevangen op de visgronden van Ijsland, maar met de zomer trekken ze er op uit en worden ze aan de Noorse, Deense en Schotse kusten gevangen. Zeewolf voedt zich met schelp- en schaaldieren en heeft een grote, zware kop met een ijzersterk gebit. In Scandinavië vindt men vooral de lever lekker.

Aan de meer of minder grote afstand tussen de verharde ringen kun je zien hoe snel de vis gegroeid is. De rug is donker blauwgrijs, de flanken -met 9 tot 13 donkere verticale banden- en de buik zijn groenbruin. De zeewolf wordt maximaal 1,25 meter lang.

Het visvlees is zeer vast van structuur en heeft een uitgesproken smaak. Zeewolf wordt meestal gefileerd (soms in vismoten) aangeboden in de vishandel. De fijne smaak komt gebakken uitstekend tot zijn recht. De meeste bereidingswijzen voor zeeduivel zijn ook van toepassing op zeewolf.

Recepten