everzwijn

Eigenschappen

Wilde zwijnen leven in bosrijke streken of plunderen akkers. Dieren tot 2 jaar oud zijn voortreffelijk van smaak. Het magere vlees  lijkt op varkensvlees, maar heeft een uitgesproken wildsmaak.

Het wild zwijn is een krachtig zoogdier, dat qua uiterlijk veel op het varken lijkt. Het wild zwijn heeft een donkere, borstelige vacht. 's Winters is deze langer, en heeft hij een dikke ondervacht. Het volwassen mannetje, keiler genaamd, heeft twee slagtanden, die door jagers "houwers" worden genoemd. Deze slagtanden zijn twee hoektanden in de onderkaak,die naar boven gericht staan. Ook de bovenste hoektanden zijn sterk ontwikkeld en wijzen omhoog. Over de borstkas heeft het mannetje een vier centimeter dikke laag kraakbeen, die dient als bescherming voor de longen en het hart in gevechten.

Mannetjes worden groter dan vrouwtjes. Een mannetje wordt gemiddeld 105 tot 167 centimeter lang, 64 tot 109 centimeter hoog en 33 tot 148 kilogram zwaar. De staart kan 17 tot 30 centimeter lang worden. Wilde zwijnen zijn in de schemering en 's nachts actief.

Het zijn alleseters. Ze eten voornamelijk plantaardig voedsel als eikels, kastanjes, knollen en groene plantendelen, maar ook dierlijk voedsel als aas, regenwormen, insectenlarven en knaagdieren en er zijn meldingen dat ook hertenkalveren ten prooi vielen. Meestal wroeten ze met hun gevoelige snuit in de bosbodem. Door dit gewroet komt de minerale ondergrond vrij waardoor bepaalde zaden beter ontkiemen.
Wilde zwijnen leven in kleine groepen, rotte genaamd, bestaande uit vrouwtjes met hun jongen en één- en tweejarige zwijnen. Keilers leven daarentegen meestal solitair. Onvolwassen mannetjes kunnen zich soms in los groepsverband ophouden. Ze zijn redelijk honkvast.


Jachtseizoen: 01/10 ->31/12

Recepten