venusschelpen

Eigenschappen

Venusschelpen zijn tweekleppige weekdieren die een diameter tussen drie en zeven centimeter kunnen hebben. De schelp is geel tot bruin en is herkenbaar aan de ribbels. Het topje van de schelp is licht naar binnen gebogen. Ze komen voor in de Atlantische Oceaan en de Noordzee.

Venusschelpen leven in zandbodems en komen voor beneden de laagwaterlijn. De schelpen zijn te vinden tot op 400 meter diepte, maar het merendeel bevindt zich tussen dertig en zestig meter waterdiepte. Venusschelpen leven van in het water zwevend voedsel dat ze filteren. Ze kunnen hun schelpen zo lang dichthouden, dat ze zelfs 18 dagen in een vogelmaag kunnen overleven tot ze uitgepoept worden. Ze kunnen tien jaar worden.

Er zijn enkele dingen waarmee je rekening moet houden als je venusschelpen aankoopt. Weekdieren worden levend klaargemaakt, dus de schelpen moeten nog gesloten zijn. Als er een open schelp tussen zit, zou die moeten sluiten wanneer je eraan komt. Doet de schelp dat niet, dan mag je deze niet meer mee klaarmaken. Venusschelpen zijn gevoelige schelpjes, je gebruikt ze dus best zo vers mogelijk. Niet alleen de schelpen zijn gevoelig. Het vlees zelf moet ook zo snel mogelijk verwerkt worden om te voorkomen dat er zich bacteriën vormen.

Het vlees van de venusschelp is stevig en bevat behoorlijk wat jodium. Het vlees is fijn en fruitig van smaak. Venusschelpen worden vaak gebruikt in traditionele Portugese en Spaanse gerechten, denk daarbij maar aan paella. De schelpen worden zeldzaam en dus worden ze steeds vaker vervangen door soortgenoten met magerder, maar minder fijn vlees.

Als je rauwe venusschelpen wilt eten, dan koop je beter de kleinere exemplaren. Schelpdiervocht kan je eventueel voor later bewaren. De schelpen moet je voor de bereiding onder stromend water afborstelen.

Nog een leuk weetje: vroeger werden venusschelpen door de inheemse Amerikanen als geld gebruikt.

Recepten