kalkoen

De kalkoen behoort tot de familie van de hoenderachtigen en is dus familie van de kip. De vogel is oorspronkelijk afkomstig uit Centraal en Noord-Amerika, waar de moerassen, bossen en struikgewassen hun favoriete biotopen waren. Kalkoenen werden zelfs door de Maya’s al gehouden. Rond de zestiende eeuw werd kalkoen ook populair in Europa. Toen Amerika door Europa werd ontdekt, nam men eerst aan dat de kalkoen eigenlijk hetzelfde was als de parelhoen die men al kende uit het oosten.

Aan het begin van de zeventiende eeuw trokken de Pilgrim Fathers van Europa naar Amerika. Diep Christelijke Engelse pelgrims, zeg maar. Ze namen kalkoenen mee naar Noord-Europa. Dat was totaal overbodig, aangezien daar al een grote, wilde ondersoort van de kalkoen voorkwam: de wild turkey. Het is trouwens deze soort kalkoen die in de meeste gezinnen in de Verenigde Staten op Thanksgiving Day gegeten wordt.

Kalkoenen zijn makkelijk te herkennen. Ze hebben een naakte rode kop met aan beide kanten grote lellen. De mannetjes zijn veel groter dan de vrouwtjes en hebben prachtige tooiveren. Kalkoenen maken een grondnest en daarop broedt het vrouwtje acht tot veertien gespikkelde eieren uit. Een kalkoen kan tot dertien jaar oud worden.
Kalkoen mag dan wel uit dezelfde familie komen als kip, toch is er een groot verschil. Kalkoenvlees is veel magerder dan dat van kip. Iets donkerder vlees (zoals van de bout) is wel wat vettiger, maar sappiger dan het witte vlees (zoals het borstvlees).

Ondertussen hebben de kalkoenen die we in België eten nog maar weinig te maken met hun Amerikaanse voorgangers. Kalkoenen worden voornamelijk gefokt bij pluimveehouders, maar er zijn ook lekkere scharrelkalkoenen verkrijgbaar. De bronskalkoen is een soort die zelfs een betere textuur en smaak heeft dan de wilde kalkoen.

Doordat kalkoenen massaal gekweekt kunnen worden, zijn ze het hele jaar door verkrijgbaar. Je kan hele kalkoenen kopen of voorgesneden stukken zoals bouten en filets. De meest voorkomende stukken kalkoenvlees zijn de bout, de kroon, de vleugel, de kalkoenrollade, een uitgebeend borstbraadstuk of het vlees van de bout in kleine vierkantjes gesneden.

De bout is één van de meest voordelige stukken vlees. De kalkoenbout bestaat uit de dij (lichter vlees) en de drumstick (donkerder vlees). Dat stuk is ideaal om te stoven of te smoren. De kroon van de kalkoen (soms ook zadel genoemd) is de hele vogel, zonder bouten en vleugels. Dat maakt de kroon het ideale stuk om in de oven te garen. Het is kleiner als een hele kalkoen en daardoor sneller gaar en makkelijker te snijden. De vleugels zijn om te beginnen perfect om als hapje te serveren. Vleugels hebben ook voldoende vlees zodat je ze ook makkelijk in stoofschotels kan verwerken, of er een bouillon van kan maken. Kalkoenrollades bestaan uit het vlees van de borst en de bout dat samen wordt opgerold. Rollades bak je best in het vel (of in bijvoorbeeld bacon), zodat ze lekker sappig blijven. Ten slotte is er nog het uitgebeend borstbraadstuk. Zo’n borstbraadstuk bestaat uit één of twee borstfilets. Dit is lekker mals vlees.

Bewaartip

Kalkoen kan je in de koelkast beter niet langer dan twee dagen bewaren. Het is belangrijk om rauw vlees goed af te dekken, zodat het geen andere voedingsmiddelen kan besmetten. Organen moet je meteen verwijderen. Als je de organen wil klaarmaken, moet je dat de dag van de aankoop zelf doen. In de diepvriezer kan je kalkoenvlees maximaal zes maanden bewaren. Kalkoengehakt maar twee maanden.

Recepten