scampi

Scampi zijn schaaldieren, verwant aan kreeft. Het woord ‘scampi’ is afgeleid uit het Grieks, en wilt oorspronkelijk ‘gebogen’ zeggen. Scampi is ook een meervoud van het Italiaanse ‘scampo’. Er bestaat nogal wat verwarring over het verschil tussen scampi, langoustines en gamba’s, en dat heeft ook vaak met vertalingen te maken. Zo worden langoustines (of Noorse kreeft of nieroogkreeft), die kleine smalle kreeftjes met lange scharen die vaak als garnituur op paella liggen, in het Italiaans ‘scampi’ genoemd. Maar dat zijn dus niet ‘onze’ scampi’s. Reuzendiepzeegarnalen zijn dat wel: met kopje nog aan worden ze vaak gamba genoemd, zonder kopje scampi. Scampi hebben een grijze kleur, en worden tijdens de bereiding lichtroze. Het darmkanaal van scampi moet steeds verwijderd worden: het zijn afvalstoffen, en kan een metaal-achtige smaak hebben. Snij hiervoor vóór de bereiding de rug overlangs open, en pluk het zwarte kanaaltje eruit. Onderaan de scampi bevindt zich het voortplantingskanaal, dat zonder probleem kan opgegeten worden. Scampi zijn erg licht (ca. 90 kcal per 100 gr). Reken op 150 gr schoongemaakte scampi per persoon voor een hoofdgerecht.

Bewaartip

Scampi koop je meestal diepgevroren. Laat ze ontdooien voor de bereiding. Als je ze op voorhand wilt pellen, zorg dan dat ze niet helemaal ontdooid zijn, zo zijn ze makkelijker te pellen. In de schalen zit ook veel smaak, dus zijn ze ideaal om mee in visfond te doen.

Recepten